fbpx

Persbericht Zorgverzekeringswet

Persbericht Zorgverzekeringswet in 2006
Europese Hof van Justitie stelt gepensioneerden in het gelijk

Na bijna vijf jaar procederen heeft het Europese Hof van Justitie in het buitenland wonende Nederlandse gepensioneerden alsnog in het gelijk gesteld: de Nederlandse staat heeft hoogstwaarschijnlijk in het buitenland wonende gepensioneerden gediscrimineerd bij de invoering van de Zorgverzekeringswet in 2006. Terwijl ingezetenen probleemloos konden overstappen op een gelijkwaardige verzekering onder het nieuwe stelsel, raakten de 'pensionado's' hun particuliere verzekering kwijt, en moesten zij meestal duizenden euro's gaan bijbetalen om weer een adequate dekking te krijgen. De voorzitter van de Stichting Belangenbehartiging Nederlandse Gepensioneerden in het Buitenland, Cees van der Wiel, is verheugd: "de discriminerende overgangsregeling is altijd het grootste pijnpunt voor ons geweest, het is alleen jammer dat het zo lang heeft moeten duren totdat we deze uitspraak kregen. Onze leden worden immers ook een dagje ouder."

De Stichting heeft inmiddels de Minister van Volksgezondheid een aansprakelijkstelling gestuurd. "We gaan de door onze tienduizenden leden geleden schade verhalen op de Staat. Maar uiteindelijk gaat het ons erom een goede regeling voor de toekomst te verkrijgen", aldus Van der Wiel. De Stichting hoopt de komende maanden in goed overleg met de Minister tot een regeling te kunnen komen.

TOELICHTING BIJ PERSBERICHT

Op 14 oktober 2010 heeft het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen uitspraak gedaan in zaak C-345/09. De Stichting Belangenbehartiging Nederlandse Gepensioneerden in het Buitenland heeft naar aanleiding van deze uitspraak een persbericht verzonden.

Nederlandse gepensioneerden die in een andere lidstaat van de Europese Unie wonen en een particuliere ziektekostenverzekering hadden, zijn ernstig benadeeld door de invoering van de Zorgverzekeringswet in Nederland op 1 januari 2006. Zij zijn hun bestaande particuliere verzekering kwijtgeraakt, zonder dat daarvoor een dekking in de plaats is gekomen. Voor in Nederland wonende personen kwam er na de inwerkingtreding van de Zorgverzekeringswet wel een dekking in de plaats van hun particuliere ziektekostenverzekering. In het buitenland wonende gepensioneerden zijn dus gediscrimineerd ten opzichte van in Nederland wonende personen.

Het Hof heeft geoordeeld dat het discrimineren van in het buitenland wonende gepensioneerden in strijd is met het Europese recht. De Nederlandse rechter moet nu beoordelen of in het buitenland wonende gepensioneerden daadwerkelijk zijn gediscrimineerd. Het Hof geeft echter aan dat de hem bekende gegevens erop wijzen dat er sprake is geweest van discriminatie. De Stichting verwacht dat de Nederlandse rechter dit zal bevestigen.

Als gevolg van deze discriminatie hebben tienduizenden in het buitenland wonende gepensioneerden ernstige schade geleden. Zij moesten nieuwe particuliere verzekeringen afsluiten tegen veel hogere premies dan hun oude particuliere verzekeringen, als het sluiten van een nieuwe verzekering gelet op hun hoge leeftijd al mogelijk was. Degenen die zich deze hogere premies niet kunnen veroorloven, zijn noodgedwongen teruggevallen op een veel beperktere dekking.

Als de Nederlandse rechter vaststelt dat sprake is geweest van verboden discriminatie, is de Staat voor de door gepensioneerden als gevolg daarvan geleden schade aansprakelijk. De Stichting heeft de Staat mede namens de bij haar aangesloten gepensioneerden intussen voor alle geleden schade aansprakelijk gesteld.

De vordering tot schadevergoeding door de Staat zal op 1 januari 2011 verjaren. De Stichting roept in het buitenland wonende gepensioneerden die menen als gevolg van de invoering van de Zorgverzekeringswet te zijn benadeeld op de verjaring van hun mogelijke vordering tot schadevergoeding door de Staat massaal te stuiten. De verjaring kan gestuit worden door het sturen van een stuitingsbrief aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Een modelbrief en de bijbehorende praktische instructies zijn gepubliceerd op de websites van de deelnemende organisaties.

www.icng.eu <http://www.icng.eu/> , www.vngsint.com <http://www.vngsint.com/> , www.verontrust.be <http://www.verontrust.be/> en www.ncaportugal.com <http://www.ncaportugal.com/>.

Commentaar van ANM-voorzitter Guido Smoorenburg :

Na correspondentie met Jan Vreeswijk van de ICNG lijkt het me goed het volgende toe te voegen aan het bericht van de ICNG.

De Nederlanders in Frankrijk hebben ten opzichte van Nederlanders in andere verdragslanden een relatief goede positie. De zorg in Frankrijk is prima. Financieel steekt onze situatie ook niet erg ongunstig af bij die van de Nederlanders in Nederland. De premie die moet worden betaald, gereduceerd met de woonlandfactor en vermeerderd met de premie van een mutuele verschilt niet veel van de premie die wonend in Nederland zou moeten worden betaald. Natuurlijk zijn er nog verschillen in dekking (AWBZ zorg) maar men moet voor ogen houden dat er andere landen zijn waar de situatie veel dramatischer is en dat zijn de landen waar de ICNG in eerste instantie aan denkt. Er zijn landen waar de nationale dekking niet veel voorstelt zodat men naast de in Nederland af te dragen premie nog een volledige particuliere verzekering moet afsluiten. Het Hof in Luxemburg heeft in principe aangegeven dat Nederland gerechtigd is haar sociale systeem toe te passen op de gepensioneerde Nederlanders die in de verdragslanden wonen. Aan de orde is dus niet zozeer of men met de invoering van het nieuwe zorgstelsel in Nederland er financieel op achteruitgegaan is omdat men bijvoorbeeld eerder een goedkopere particuliere of collectieve verzekering had maar of men gediscrimineerd wordt ten opzichte van de Nederlanders in Nederland.

Ik meende dit even te moeten toevoegen opdat men niet te hoge verwachtingen krijgt van de uitspraak van het Hof in Luxemburg. Deze toevoeging is natuurlijk niet bedoeld om u te weerhouden gevolg te geven aan de oproep van de ICNG. Wij hebben de invoering van de woonlandfactor aan de ICNG te danken.

Guido Smoorenburg